De Prunje en Plan Tureluur

De Prunje en Plan Tureluur

De Prunje en Plan Tureluur

De Prunje is de polder tussen Moriaanshoofd en Serooskerke, die doorsneden wordt door de provinciale N59. Sinds enkele jaren zijn deze schrale weidegronden (circa 300 hectare) teruggegeven aan de natuur. Voormalige kreken uit deze oude polder zijn hersteld en hebben zich met zout en brak water gevuld.

Het uitgestrekte kleimoeras is een belangrijk foerageer-, broed- en rustgebied geworden voor veel (water)vogels. Al deze lepelaars, kleine zilverreigers, patrijzen, diverse soorten ganzen, meeuwen en eenden, de tureluur en vele andere soorten, trekken op hun beurt vogelliefhebbers uit binnen- en buitenland aan. Geregeld staan mensen met enorme verrekijkers vanaf de vogelboulevard (Delingsdijk) naar opmerkelijke exemplaren te kijken. Er zijn inmiddels tal van bijzondere waarnemingen genoteerd, onder meer de grauwe en rosse franjepoot, visarend, blonde ruiter, Siberische strandloper en vele anderen.

Ook de variatie aan zouttolerante vegetatie is groot. Zeeweegbree, zeekraal, zeebies, schorrenkruid, zeegerst, stomp kweldergras, gerande- en zilte schijnspurrie en zilte rus komen er in ruime hoeveelheden voor.

Het gebied is zeer beperkt toegankelijk. Ten zuiden van de N59 is een schelpenpad aangelegd dat naar de uitkijktoren leidt. Let wel op de runderen die het grootste deel van het jaar vrij door het gebied lopen om de vegetatie kort te houden. Goed zicht heb je vanaf de Delingsdijk - parkeren in de vakken - en vanaf de Prunjehil (de voormalige vuilstortplaats). Vandaar af kun je ook de Oosterschelde zien. Langs de Slikweg staat een vogelkijkscherm opgesteld.

Plan Tureluur
De Prunje maakt deel uit van het natuurontwikkelingsproject Plan Tureluur. Dit plan bestaat uit 44 gebieden die zich lenen voor natuurontwikkeling. Zij dienen als compensatie voor het groeiende verlies aan droogvallende slikken en zandplaten in de Oosterschelde. Dit wordt zandhonger genoemd en kan zich ontwikkelen door de sterke vermindering van het getij als gevolg van de Oosterscheldekering. Deze zandhonger zorgt ervoor dat het foerageergebied van watervogels elk jaar afneemt; natuurcompensatie zoals De Prunje moet een alternatief bieden. Inmiddels is vrijwel de hele zuidkust van Schouwen op de schop gegaan en zijn er natuurgebieden binnen- en buitendijks heringericht.

De tureluur is het hele jaar rond de Oosterschelde te vinden. Deze vogels broeden op de schorren en in de zilte graslanden en vertrekken vervolgens in het najaar naar de kustgebieden van Afrika. De tureluurs uit het hoge noorden nemen in het najaar hun plaats in om hier te overwinteren. Daarmee staat deze vogel symbool voor het belang van voedsel-, rust- en broedgebieden.