Herten en reeën

Herten en reeën

Herten en reeën

Op Schouwen-Duiveland leeft een flinke populatie reen en damherten. Het gros van de dieren leeft in de Kop van Schouwen, maar door de groei van het aantal dieren trekken zij regelmatig naar andere gebieden op zoek naar voedsel. Daarbij steken ze de wegen over, grazen in de siertuinen of vreten aan de suikerbieten die op het erf liggen. Je kunt zonder al te veel moeite in de vroege ochtend of bij het vallen van de avond een hert of ree spotten.

Het damhert heeft een schofthoogte tussen de 85 en 110 centimeter en een kop-romplengte van 130 tot 170 centimeter. De staart kan bijna 20 centimeter worden. Het dier heeft zijn naam te danken aan de witte vlekjes in zijn vacht. Die vacht kan in kleur variren van roodachtig geel tot kastanjebruin (op de rug). Een opvallend kenmerk is het schoffelgewei. De einden van de takken zijn met elkaar verbonden door platen. Alleen mannetjes dragen een gewei.

De ree is een klein, sierlijk hert dat bijna overal in Europa voorkomt. De kop-romplengte ligt tussen de 95 en 140 centimeter en hij heeft een schofthoogte van 60 tot 90 centimeter. De zomervacht is zandgeel tot roodbruin, met een wit vlekje op zijn staart. De reebok heeft een eenvoudig gewei met drie punten dat hij tussen oktober en januari afwerpt. De ree is een echte knabbelaar aan alles wat maar groen en eetbaar is. Hij is vooral in de schemering actief.