Zeehonden en bruinvissen

Zeehonden en bruinvissen

Zeehonden (robben) zijn rond Schouwen-Duiveland niet zo moeilijk te vinden. Het schone water, de ruimte en de rust hebben een positieve invloed op deze dieren en ze gedijen hier goed. Voor de kust van Renesse, in de Oosterschelde en in de Grevelingen leven vrij grote populaties. Ze rusten op de droogvallende platen of zwemmen nieuwsgierig mee als je over het water vaart.

Er zijn in de Zeeuwse wateren twee soorten zeehonden, de gewone en de grijze. De gewone zeehond is de kleinste van de twee, de mannetjes worden maximaal 1.95 m. De dieren hebben meestal donkere vlekken op hun grijze, donkerbruine of zwarte vacht. De kop is klein in verhouding tot het lichaam. De neusgaten lopen in een V-vorm.

De grijze zeehond is aanmerkelijk groter en kan tot ruim 3 meter lang (mannetjes) worden. Hij onderscheidt zich met name door zijn rechte snuit en gescheiden neusgaten. De vacht is meestal grijs maar kan ook donkerbruin en zwart zijn. Vrouwtjes zijn meestal lichter en hebben donkere vlekken. De mannetjes hebben grote, brede kop en drie vier rimpels in de nek.

De zeehonden zonnen in groepen maar leven solitair. Een moeder zorgt maar kort voor haar jong, ongeveer vier weken. Bij gevaar redt zij zichzelf en niet haar jong. Ook als zij om andere redenen haar jong kwijt raakt, zal zij niet op zoek gaan. Deze huilers worden soms op tijd gevonden en naar een van de twee zeehondencrches (Texel en Pieterburen) gebracht om gevoed en verzorgd te worden.
Zowel Staatsbosbeheer (Grevelingen) als de rondvaartboten op de Oosterschelde organiseren geregeld zeehonden safari's. De baliemedewerkers van de VVV Schouwen-Duiveland kunnen je er meer over vertellen.

Bruinvissen

In de Oosterschelde leeft een grote groep bruinvissen. Geregeld onderzoek en tellingen door Stichting Rugvin laten zien dat de bruinvis zich definitief heeft gevestigd in dit nationaal park en zich er zelfs voortplant. Dit is een unieke situatie voor een deels afgesloten zeearm.
D hotspot voor bruinvissen is het havenhoofd bij Zierikzee. Ook bij de haven van Burghsluis, Kats en bij de Plompe Toren heb je een goede kans om ze te zien. Een verrekijker en een bewolkte dag (dan steken ze beter af tegen het water) helpen een handje. Vanaf juni bestaat de kans dat je ook de kalfjes ziet. De Oosterschelde is momenteel het enige gebied in Nederland waar de bruinvissen zich voortplanten.

Vroeger kwamen bruinvissen in grote aantallen voor langs de Nederlandse kust. Vervuiling en overbevissing maakten dat in de jaren tachtig het aantal bruinvissen op een dieptepunt lag. Inmiddels is de situatie weer ten goede gekeerd. Sinds een jaar of vijftien worden er steeds meer bruinvissen gesignaleerd en kun je ze weer vaker zien zwemmen.
De bruinvis is een van de kleinste walvisachtigen. Zij worden hooguit 1.90 m en wegen tussen de 50 en 70 kilo. Ze zoeken hun voedsel, bestaande uit sprot, haring, inktvissen en schaaldieren, op en rond de zeebodem. Ze duiken gewoonlijk ongeveer drie minuten en komen dan anderhalve minuut naar boven. Meestal zie je niet meer dan een rug met de driehoekige rugvin.

EHBZ

Als je een zieke, gewonde of dode zeehond of bruinvis vindt, kun je de EHBZ (Eerste Hulp bij Zeezonden) inschakelen. Voor Zeeland zijn de telefoonnummers: 06 53763628 en 06 51958070.
Deze vrijwilligers kunnen de dieren die nog leven behandelen en verzorgen en brengen ze naar de Zeehondencrche Pieterburen. Als de zeehonden gezond genoeg zijn, worden ze uitgezet in de buurt van de oorspronkelijke vindplaats.