Openingstijden
Nu geopend - Sluit om 23:59
dinsdag00:00 - 23:59
woensdag00:00 - 23:59
donderdag00:00 - 23:59
vrijdag00:00 - 23:59
zaterdag00:00 - 23:59
zondag00:00 - 23:59
maandag00:00 - 23:59

Over Standbeeld Oude Moolweg

De geschiedenis

Het oorlogsmonument in Renesse (gemeente Schouwen-Duiveland) is opgericht ter nagedachtenis aan de tien plaatselijke verzetsmensen die op 10 december 1944 door de bezetter zijn gefusilleerd. De namen van de verzetsmensen luiden: M.K. v.d. Beek, I.M. v.d. Bijl, J.A. Verhoeff, M.P.M. v.d. Klooster, C. Lazonder, J.P. Jonker, L.M. Jonker, A.M. Padmos,. Joh. Oudkerk en W.M. Boot. Met het gedenkteken worden tevens alle medeburgers herdacht die in de Tweede Wereldoorlog of tijdens de politionele acties in het voormalig Nederlands-Indië zijn omgekomen. In november 1944 was vrijwel geheel Zeeland bevrijd, met uitzondering van Schouwen-Duiveland. In december 1944 speelden er zich tragische gebeurtenissen af. Begin december kondigde de bezetter een deportatie af voor alle mannen op het eiland tussen de 17 en 40 jaar. Zij moesten zich melden voor tewerkstelling in Duitsland. Ambtenaren kregen de opdracht lijsten samen te stellen met de namen en verblijfplaatsen van deze mannen. Op zondag 3 december 1944 zond de Ordedienst op Schouwen-Duivenland een noodkreet naar de geallieerden op het reeds bevrijde St.-Philipsland. Diezelfde dag hebben metselaar en verzetsman Stoffel van den Hoek, gemeentesecretaris Cormelis Lazonder en ambtenaar Willem Maarten Boot het plan opgevat om de bevolkingsregisters te laten verdwijnen. Van der Hoek zou de kluis, waarin behalve de namen van de mannen uit Renesse ook die van Noordwelle, Serooskerke, Ellemeet en Scharenijke zaten, leeghalen. Hij kreeg de sleutels van Boot, die dezelfde dag nog onderdook, evenals Lazonder. Op 6 december 1944 wilden de Britten een aantal verzetsmannen van het eiland halen teneinde voorbereidingen te treffen voor de bevrijding van Schouwen-Duivenland. Een Engelse landingsboot zou de mannen op een plek ergens aan de dijk tussen Zierikzee en Haamstede oppikken en hen naar het bevrijde Noord-Beveland overbrengen. Uit elke gemeente gingen een paar mensen mee, te weten: Menke Koos van der Beek, de gebroeders Joost Pieter en Leendert Marie Jonker, Johannis Oudkerk, Jan Andreas Verhoeff, Marcus Pieter Machiel van der Klooster, Iman Marinus van der Bijl en de bij de overval op de kluis van Renesse betrokken Boot, Lazonder en Padmos. Bovendien gingen drie geallieerde piloten, de Armeense soldaat Jork, de student M.J. de Glopper en politieagent Christiaan Wisse en zijn vrouw mee. Allen hadden ze een bijdrage geleverd aan het verzet tegen de bezetter. Na een mislukte poging op 6 december 1944 probeerde de groep een dag later opnieuw in contact te komen met de Britten. Wederom slaagden zij hier niet in. De zeventien besloten in groepjes de dijkwachterswoning te verlaten. Inmiddels had de bezetter de Engelse patrouille bij de kust gesignaleerd. Agent Wisse en zijn echtgenote werden door de bezetter aangesproken. De politieman vestigde de aandacht op zijn lekke band. Door met zijn zaklantaarn bij te schijnen, kon hij de anderen een sein geven. Wisse: 'Het oponthoud zal misschien 6 of 7 minuten hebben geduurd. In die tijd had het tweede groepje met Van der Beek al lang bij ons moeten zijn. Uit het feit dat ze wegbleven, concludeerde ik dat ze het licht hadden gezien. Ze hadden begrepen dat er iets mis was.' De bezetter liet Wisse en zijn vrouw ongemoeid. Toen het echtpaar in de richting van Zierikzee fietste, hoorden zij plots pistoolschoten. De drie piloten en student De Glopper wisten te ontkomen, maar de elf anderen slaagden er niet in te ontvluchten. Lazonder raakte tijdens het vuurgevecht zwaargewond. Ook sneuvelden twee Duitse militairen. De groep werd gearresteerd en overgebracht naar het Wehrmachtsheim in Zierikzee, waar zij werden verhoord en mishandeld. Op 8 december 1944 werd de groep in een huifkar geladen. In Brouwershaven moesten zijn overstappen op een boot. Op weg naar Middelharnis slaagde de Armeen Jork erin overboord te springen. De bezetter opende onmiddellijk het vuur. Later vond men in de buurt waar de Armeen voor het laatst was waargenomen, het lichaam van een in soldatenuniform gestoken man. Eenmaal in Middelharnis aangekomen, werd de groep opnieuw op hardhandige wijze verhoord door leden van het zogenaamde Standgerecht. De groep werd 'wegens begunstiging van den vijand, in samenwerking met een terroristengroep' ter dood veroordeeld. Het vonnis werd op 10 december 1944 voltrokken. Bij de beboste ingang van Slot Moermond in Renesse werden negen van hen opgehangen. De gewonde Lazonder moest samen met twintig getuigen uit de omliggende dorpen toekijken. Diezelfde nacht overleed Lazonder aan zijn verwondingen. De tien slachtoffers zijn een aantal dagen later op het kerkhof van Renesse begraven. Ook worden met het monument zestien militairen uit Schouwen-Duiveland herdacht die in het voormalige Nederlands-Indië zijn gesneuveld. De namen van de zestien slachtoffers luiden: J.G. Sevenhuijsen, Th. Okkerse, J.C. v.d. Weijde, M.C. Kristelijn, S. Kootstra, L. Stoel, J. Boot, W.J. Zeeman, A.L. v.d. Werve, S. den Boer, P.C. Gilde, W.C. Hartendorp, K. van Ree, J.M. van Strien, D. Verloo en K. Stoel. Onthullilng Het monument is onthuld op 4 mei 1949 door de Commissaris van de Koningin in Zeeland, jhr. mr. A.F.C. de Casembroot. Bron: 4en5mei.nl

Deel deze pagina: